In Nederland komen jaarlijks ongeveer 15.000 kinderen en jongeren op de EHBO met traumatisch hersenletsel. Het merendeel (80%) hiervan ervaart licht traumatisch hersenletsel (LTH). Van de kinderen en jongeren met LTH houdt ongeveer 20% symptomen of problemen over na het letsel die blijvend kunnen zijn.

De groep kinderen met matig of ernstig hersenletsel wordt doorgaans voor controle teruggezien door een neuroloog of revalidatiespecialist. De groep kinderen met LTH doorgaans niet. De symptomen of problemen die de kinderen na LTH kunnen ervaren lopen uiteen en zijn van somatische, cognitieve, emotionele en/of gedragsmatige aard. Sommige symptomen lijken met de tijd af te nemen. Symptomen die op 6 maanden na het letsel nog worden gezien, lijken blijvend. Wanneer een kind of jongere dit soort symptomen ervaart kan dit een negatieve invloed op de mate van activiteiten en participatie van het kind of de jongere hebben, bijvoorbeeld op school of in sociale relaties.

Naar gevolgen van niet aangeboren hersenletsel en traumatisch hersenletsel bij kinderen en jongeren is al veel onderzoek gedaan. Deze studies bevatten vaak heterogene groepen wat het moeilijk maakt om te onderscheiden welke symptomen en problemen nu precies door kinderen en jongeren met LTH worden ervaren. Veel van de symptomen zijn daarnaast onzichtbaar, wat het moeilijk maakt om deze te herkennen. Te late herkenning van de symptomen, onderschatting en onderdiagnose leiden onnodig vaak tot negatieve consequenties voor kind en jongere met LTH.

Gezien de forse incidentie van LTH in Nederland onder kinderen en jongeren per jaar is onderzoek naar de symptomen en factoren die van invloed zijn op activiteiten en participatie bij deze kinderen en jongeren in de eerste 6 maanden na het letsel van groot belang. Zo kunnen kinderen en jongeren die risico lopen op blijvende problemen en mogelijk baat hebben bij een interventie in een vroegtijdig stadium worden herkend.

Er is nog niet veel onderzoek gedaan naar interventies voor kinderen en jongeren met LTH. De weinig beschikbare studies die er zijn rapporteren vooral positieve resultaten, maar bestaan vaak uit retrospectieve data, gebruiken een kleine sample, en missen een Randomized Controlled Trial design. Een op de persoon toegespitste interventie verdient volgens de beschikbare literatuur de voorkeur als het gaat om het voorkomen van blijvende problemen na LTH. Een dergelijke interventie op het gebied van het voorkomen van problemen op het gebied van activiteiten en participatie bij kinderen en jongeren is nog niet onderzocht.

Het Brains Ahead! onderzoek bestudeert activiteiten en participatie bij kinderen en jongeren in het eerste halfjaar na LTH en mogelijke predictoren voor deze uitkomst. Lange termijnmetingen worden vervolgens elektronisch verricht middels een link per e-mail naar vragenlijsten op anderhalf jaar en vijf jaar na letsel.
Daarnaast wordt het effect van een interventie voor deze doelgroep onderzocht.

Het Brains Ahead! onderzoek is door de Medische Ethische Commissie van het Erasmus MC positief beoordeeld in april 2015
(MEC-2015-047).